Sonic Acts XIII – Dag 1 – Opening | Expositie | Deep Spaces


Sven Schlijper | Kindamuzik

De dertiende editie van de Sonic Acts conferentie en het bijbehorende festival staat in het teken van de ruimtelijkheid in de kunst(en); in het bijzonder de filmische en geluidskunst. Hoe definieert ruimte en ruimtelijkheid een kunstwerk? Wat ervaart een toeschouwer of luisteraar vis-a-vis ruimte en ruimtelijkheid? Welke rol spelen technologische ontwikkelingen hierin? Een paar van de vragen die in lezingen en installaties, naast een uitgebreid avondprogramma centraal in meer of mindere mate de revue passeren tijdens Sonic Acts XIII -The Poetics of Space.

OPENING
Krap bemeten en bloedhete ruimte drukt de bezoeker al bij de opening met de neus op het feit van de beperkingen van een te kleine zaal voor de lezing door Brandon LaBelle. Hij schreef onder andere het zeer geslaagde Background Noise: Perspectives on Sound Art. Hij mag dan ook gelden als een logische keuze als inleider en gever van de aftrap in het Nederlands Instituut voor Mediakunst (NIMk). Helaas is de belangstelling voor zijn voordracht zo groot dat al zo’n uur voor aanvang het zaaltje volstroomt. Als LaBelle begint, gaan de deuren dicht en staan vele bezoekers ietwat beteuterd in de gang. Een mooie kans om een blik te werpen op het volle programma, dat wel. Tegelijk natuurlijk een ironische miskleun wanneer een conferentie en festival die beide ruimte tot thema verheffen al bij de opening te kampen hebben met gebrek daaraan.

EXPOSITIE NIMk
In hetzelfde NIMk presenteert Sonic Acts gelukkig ook een expositie van werken die in beeld en geluid ruimte tastbaar maken of bevragen. Carlo Bernardi’s The Light That Generates Space begint al buiten het pand, loopt ogenschijnlijk dwars door muren heen en brengt zodoende en met de subtiliteit van tegen wanden of net erachter ricocherende lichtlijnen buiten en binnen samen en in een lange gang wordt zonder optisch illusie de langgerektheid benadrukt en tegelijk uitgebreid tot een grotere ruimte voorbij de architectuur. Met datzelfde gegeven speelt ook de aftastende en ogenschijnlijk zichzelf in een flits ‘resettende’ projectie Blink van Hans Christian Gilje.

In een verduisterde ruimte schijnt slechts één spot. Een ideale locatie voor solo contemplatie en meditatie op het gepresenteerde geluid van Jacob Kirkegaards Labyrinthitis, maar de aanwezigheid van in-en-uitlopers bemoeilijkt het geheel ondergaan van de klanken helaas nogal. De presentatie van dit werk in een spiraal van speakers in een koepel spreekt bovendien meer tot de verbeelding. Ontegenzeglijk echter bespeelt Kirkegaard het binnenoor dat zelf een deel van de tonen gaat produceren waarmee het geluid in die minuscule
binnenwereld aan ruimte fraai geïnternaliseerd wordt.

Een beklemmende vorm van externalisering presenteert Jan-Peter E.R. Sonntag met zijn GAMMAvert #2 an X-Seascape. Straling die van een foto komt wordt opgepikt en omgezet in een clicks. Staane golven interfereren door de ruimte en klinken op plekken hard, op andere zacht of vrijwel helemaal niet. Gepaard aan één-frequent groen licht verwordt de op zich grote ruimte zo tot een unheimliche plek waarin golven hoorbaar tastbaar gemaakt worden.

De expositie is ook na Sonic Acts XIII nog een tijd te bezoeken. Hopelijk is dan de lucht van net aangebrachte muurverf opgetrokken die nu onbedoeld een extra en niet bepaald prettig stemmende sensatie aan de beleving van deze ruimten toevoegt.

DEEP SPACES
Ademhaling en microgeluiden in akoestische blaasinstrumenten, improv-noise en abstracte interferentie in hypnotiserende visuals op een aantal televisieschermen figureren in de performance van Keith Rowe, Kjell Bjorgeengen en Streifenjunko waarmee de Paradiso-avond van start gaat. Knarsend minimalisme in een complexe feedback tussen akoetische en elektronische instrumenten levert een klankbeeld op dat laveert tussen wijds en open enerzijds en verdicht en massief aan de andere kant. Stiekem lag de lat van de verwachtingen voor wat betreft improvmeester Rowe wellicht net een tandje hoger.

Fred Wordens film 1859 daarentegen gaat voorbij enige verwachtingen door het gegeven van lensschitteringen te extrapoleren tot een elf minuten durend “ballet” voor zalvende lichtbeelden. De montage van stills suggereert een doorlopende beweging, ook van en naar het objectief van de opnamen. Stilstand verwordt zo tot een presentatie van ruimte in niets dan schittering en licht waarin de camera/toeschouwer rondwaart.

De weg kwijt raken kan ook gemakkelijk in Makino Takashi’s Still in Cosmos. De heftige sequentie aan beelden in een ogenschijnlijk overvloedige lading chaotische abstractie roept referenties op richting Jackson Pollock, maar is per se en ten diepste non-performatief. Takashi’s avant-garde film laat de maker verdwijnen achter een overdosis aan visuele input die menselijkheid en bio-organische maat lijkt te ontberen. Dit gegeven wordt met meesterlijke hand gekoppeld aan Jim O’Rourke’s ziedende noise-soundtrack die wel degelijk overduidelijk man-made is, zich laat meeslepen in opwinding en in gierende feedback en staalplaatpercussie juist wel performativiteit tot focus heeft. De bezwering van deze ogenschijnlijke spagaat ligt in de nieuwe visuele kosmos die Takashi oproept en de bijkans aardse oerkrachtnoise van O’Rourke. Gezamenlijk wordt zo een bloedstollend spannende nieuwe ruimtelijke visuele en auditieve orde als een Golem uit een niets in het midden tot leven gewekt.

Alchemistich zou je ook Materia Obscura van Reble & Köhner kunnen noemen. Stills van chemogrammen op groot scherm brengen meditatieve sferen boven, geruggensteund door klanken die van zachte ambient naar staande golven auditieve perceptie op de korrel nemen. Het langzame spel van Köhners muziek tegen de opeenvolging van 25.000 stills levert een duet in abstractie op. Tegelijk is het beeld steeds organisch van aard, hoe uitvergroot en daardoor ogenschijnlijk losgezongen van een gegeven dat je makkelijk kunt plaatsen ook. Intense kleuren en een verbijsterende hoeveelheid detail houden de kijker in de greep. Gedachten dwalen opvallend genoeg niet af, daarvoor is de kleurenpracht te overweldigend en indringend. Een vlucht vogels, een reptielenoog, een stuk smeulend papier; de weinige direct tastbare visuele gegevens ten midden van een virtuele nieuwe wereld, voorheen en na afloop onbekend en onkenbaar. De scheppingshandeling voltrekt zich voor je oog en oor in licht met als belangrijkste acteur technieken die bekend zijn van bijvoorbeeld Sigmar Polke, nu ingezet om een vista te openen op een ruimtelijkheid die de projectie zelf ver overstijgt.

Lange rijen op de trap naar de bovenzaal voor Alexander McCalls enigmatische A Line Describing a Cone, lange rijen ook buiten Paradiso voor aanvang van Monolake wanneer het vaste donderdagavonduitgaanspubliek (inclusief wat men tegenwoordig geloof ik kakelende Breezersletjes noemt en puberende hormonenstormen). Eerst is het nog de beurt aan Haswell & Hecker. De overweldigende lasershow ontlokt het publiek vreugdekreetjes en scant vaardig de ruimte en snijvlakken in een met rook gevuld “niets” dat je altijd omringt. Het geluid waaiert langs de extremiteiten van het geluidspectrum, opent en sluit zich om je heen in surround, maar het lichtspel en de muziek lopen teveel langs elkaar heen om een onvergetelijke indruk achter te laten. De novelty-SF factor die lasers blijkbaar nog steeds hebben, wint het dan ook met een straatlengte voorsprong van de conceptuele uitdaging die er ligt in muziek gegenereerd door grafische input en vice versa. De lasers brengen de discosfeer echter al nadrukkelijk dichtbij, waarmee de opmaat voor een lange en ongetwijfeld hete dansnacht gegeven is.

  • Twitter
  • Facebook
  • del.icio.us
  • Google
  • Reddit
  • StumbleUpon
  • Technorati
  • Digg