Sonic Acts XIII – Dag 4 – Gardeners of the Future | Beyond Space

Sven Schlijper | Kindamuzik

Na dagen van lezingen over hi-tech en concepten van ruimte en ruimtelijkheid zijn de laatste dag de tuinmannen van de ruimte aan de beurt. Oftewel: ruimte in termen van het astronomische universum, levende ruimte en patronen in biologie versus mathematische modellen. Dit ter opmaat voor het slotakkoord dat in het Planetarium van de zoo die de natuur als leermeester van de kunsten benoemt. Artis Natura Magistra.

DE ANDERE RUIMTE
Roger Malina, astronoom te Marseille, bestudeert grote dingen, heel grote dingen. Niets minder dan het universum en dan ook nog vooral de niet zichtbare 95% daarvan die zwarte materie is. In plaats van zintuiglijk, zijn de waarnemingen die ons als mensheid kennis verschaffen van deze op onmenselijke maat aanwezige grootheden volledig afhankelijk van instrumenten. Malina bepleit dan ook een intimering van deze wetenschappelijke output zodat we op menselijke voet met deze data kunnen omgaan. Alleen op deze manier kan de almaar toenemende datastroom volgens Malina een plek krijgen in de internalisering door en voor de mensheid in de decennia aan toenemende informatiedichtheid die voor ons liggen. Het is deze intimisering van wetenschappelijke data die het onderzoekslab waar Malina werkt, vormgeeft door kunstenaars uit verschillende disciplines te “embedden” in de researchteams. Alleen al het ‘luisteren’ naar de sonificatie van de toestand ettelijke lichtjaren na de oerknal (die overigens geluidloos was) en de veranderingen in het geluid doorheen de ontwikkeling van het universum brengt de massief enorme schaal die het menselijke bevattingsvermogen nagenoeg overstijgt tot een behapbare vorm van zintuiglijke waarneming.

Paul Beesley’s ingewikkelde en levende architecturen zijn per se man-made en op menselijk formaat. Ergens in het proces van het bouwen en in de ontwikkeling van de constructies echter speelt Beesley voor scheppende God alsof hij met zijn uit vrij simpele bouwsteenelementen opgetrokken delen inerte materie leven inblaast en zo een architectonische Golem voortbrengt. Franksteintaferelen leveren zijn zelfs ademende sculpturale immersieve leef- en levende omgevingen niet op. Futuristische netwerkgebouwen des te meer.

Die doen trouwens ook weer denken aan het werk Rechnender Raum van Ralf Baecker dat in het NIMk tentoongesteld wordt. Een neuronetwerk aan draden, actuators en sensoren is open en doorzichtig, maar bestaat slechts voor zichzelf. De rode middenvorm beïnvloed de input op de omgeving die deze inputs weer teruggeeft aan het nucleus-volume door dit van vorm te doen veranderen. De registratie van de spanning die zo weer op een draad komt te staan, leidt vervolgens tot een voortzetting van deze cyclus. Baecker’s werk bevraagt in alle openheid zo de kip of ei-kwestie die wanneer het netwerk eenmaal ‘aan staat’ direct en de facto van retorische aard is. Het werk ‘leeft’ en bestaat slechts voor en in zichzelf; het proces is zichtbaar en hoorbaar, maar schept niets dan de wederzijdse afhankelijkheid van en tussen input en output.

Beesley’s werken spelen zich af op precies hetzelfde terrein. Hij voegt er echter een dimensie aan toe die een visionair vista lijkt te openen richting een wereld waarin deze levende omgevingen een eigen functie kunnen gaan opeisen in de menselijke ruimte.

Ook zonder menselijk ingrijpen immers werkt de natuur ogenschijnlijk volgens strikte patronen die opvallende parallellen vertonen met wiskundige modellen. Hoe kristallen groeien of zandduinen afkalven; generatieve ruimten in de natuur volgen de regels van het berekenbare spel van formules. Zo ook geluid in wat cymatics genoemd wordt. De herkennig en erkenning van deze patronen en het generatieve aspect ervan inzetten in scheppend werk in de vorm van kunstwerken slaat op haar beurt weer een brug met de intimering van wetenschappelijke data zoals door Malina besproken. Het over- en doordenken van de scheppende kracht die uitgaat van in werking gezette processen volgens door de mens uitgevonden formules en regels levert bovendien existentiële en psychologische dimensies op die Paul Prudence nog slechts (be)noemt en niet nader uitwerkt, maar waarin wel de kern van het betoog van deze middag lijkt te liggen. Immers: in het niet alleen als tuinman de ruimte om ons heen beheren, maar deze als ander deel van het werk van een tuinman ook herscheppen of zelfs laten ontkiemen naar nieuwe kruisbestuivingen en vormen.

Ter afsluiting van het conferentiedeel van Sonic Acts XIII vat keynotespeaker Derrick de Kerckhove de vele opgeworpen vragen samen in een pleidooi voor een voortgaande discussie tussen de vele invalshoeken aan disciplines die de poetics of space de afgelopen dagen bevraagt of gedefinieerd hebben. Alleen door wetenschap en kunst (en het genieten ervan zoals in het avondprogramma) in onderling respect in wederzijds discours de ruimte te bieden, kan ruimte voorzien worden van handvatten tot tast- of maakbaarheid; figuurlijk of letterlijk. Dit eloquente statement detoneert nogal met het volgende vrij zelfpijperige vertoog van een dissenting opinion dat vooral persoonlijke en betweterige persoonlijke en ongefundeerde aanvallen bevat op eerdere sprekers. Het is echter de gezwollen taal en het apert gebrek aan het door De Kerckhove benoemde respect, iets dat het kwartet Sonic Acts XIII-dagen sowieso glansrijk kenschetste, dat niet minder dan briljant wordt gepareerd door Robert Whitman in zijn reactie.

ANEKDOTISCH SLOTAKKOORD
Als een soort “opa/Tom Waits”-vertelt monoloog, tekent Whitman hoe hij op vijfjarige leeftijd naar het circus ging en daar een clown zag die de cirkel die een volgspot voor zijn voeten op de grond wierp probeerde te pakken. Steeds ontglipte de witte vlek hem. Ten slotte van de voorstelling bezemt de clown de vlek onder een kleedje; licht uit, duisternis. En Whitman had God gezien. De tweede anekdote verhaalt van een uitstapje naar het theater in zijn junior high schooldagen. Een klasgenoot naast hem zakt onderuit in de stoel en legt zijn voeten op de schouders van de dame in de rij ervoor. Welk schouwspel was nu interessanter? Dit of het drama op het toneel? De derde scene beschrijft een man die een restaurant verlaat om een sigaret te roken, die uittrapt op de grond en vervolgens met veger en blik netjes opruimt.

De verraste Whitman stelt zich de vraag of hij net een toneelstukje gezien heeft of gewoon een doodnormale feitelijke opeenvolging van handelingen? Whitman antwoordt niet, brengt de drie verhalen nieteens samen in één conclusie. Het is wel duidelijk hoe fraai Whitman de waard en kracht van de keuze voor een eigen perspectief zonder veroordeling maar met een open blik die verrassing toelaat of -staat heeft neergezet. Het kwartje valt en een luid applaus valt nieteens zozeer Whitman ten deel, maar vooral de organisatie van de conferentie van Sonic Acts XIII die precies volgens Whitman’s anekdotisch geschetste openheid van denken op vele terreinen en over een onwaarschijnlijk breed spectrum aan invalshoeken voor resonerende inspiratie heeft gezorgd in de presentaties gedurende het dagprogramma.

BEYOND SPACE
Nog één keer is het tijd voor het avondprogramma en wel in het Artis Planetarium, als wil Sonic Acts XIII de naam of het motto van deze historische zoo wellicht wel onbewust tot Leitmotiv in omzien voor deze hele editie maken. De natuur als leermeester voor de kunsten immers. Met de slotavond opent Sonic Acts XIII ook de deuren voor mensen die niet op eerdere dagen of de volledigheid van het viertal aanwezig zijn geweest. Uitverkocht met wachtlijst zelfs. Wie wel heel Sonic Acts XIII tot zich genomen heeft, ziet en hoort puzzelstukken op hun plaats terecht komen. Anderen ondergaan in misschien wel verbijstering het visuele en sonische schouwspel onder de koepel.

TeZ bespeelt in Anharmonium met een wisselwerking tussen lage dronetonen en high pitched noise niet alleen het gehoor maar vooral water dat door een transducer eronder  tot golving gebracht wordt. De refracties van een laserstraal die door dit water heengaat, worden geprojecteerd en leveren een enigmatisch en etherisch schouwspel op waarin direct de gevolgen van interferentie en de verschillen in golflengte zichtbaar worden. Synesthetisch op een zeker niveau, want wat je ziet hoor je ook en vice versa. Met enige vertraging overigens, want het is fascinerend om te zien hoe snel water op de variatie naar één bepaalde frequentie reageert en meteen een stabiel patroon vormt en hoe lang het op een ander moment nodig heeft om een bepaald instabiel “evenwicht” te bereiken.

Spreker Paul Prudence uit de middagsessies presenteert met Son Lattice en RyNTH een visueel en sonisch overrompelend werk waarin beeld en geluid in afhankelijk van en op elkaar bestaan. Het geluid volgt de permutaties van algoritmische formules die de zelfgeneratief zijn en die als input dienen voor de visuele representatie die in oppervlaktespanning en modulatie vormkrijgt in geometrische, ruimtelijke vormen die de hele koepel beschrijven. Midden in het surroundgeluid omgeeft zo ook de projectie de bezoeker, terwijl de afhankelijke ruimte tussen geluid en beeld nauwkeurig samenhangend wordt berekend door een computer, maar nu juist, ondanks de oren- en ogenschijnlijke niet-organische oorsprong en presentatievorm van beide, als niet-mechanisch “levend” zintuiglijk waarneembaar gemaakt wordt; normaliter immers zijn deze interne processen van generatieve afhankelijkheidsrelaties niet zicht- of kenbaar.

Wat je wel al van kindsbeen af aan kent, is bellenblaas. Evelina Domnitch en Dmitry Gelfand zijn er gewoon nooit mee gestopt. Zij hebben de textuur van het zeepsop tot kunst verheven. Vreemd genoeg is de verwachting voor de refractieprojectie van zeepbelclusters en hun texturen in de Planetriumkoepel groter dan het duo met rare drakenhoofdtooi kan waarmaken. Bij vlagen schittert de textuur als een enorm krioelend petrischaaltje vol eencelligen over het doek. Soms duikt een schittering op die doet denken aan Yoko Seyama’s Light Work #6: In Soil in het NIMk. Dat werk echter koppelt de sereniteit van de zachte etherische balsbewegingen van lichtsluiers aan zachtzoemdende ambient en detoneert zodoende nooit, versterkt de wisselwerking tussen sonisch en visueel tot intense en tegelijk nooit “overstated” schoonheid.

Zo gelukkig is Franisco López niet. Zijn sonische uitvoering neemt field recordings bij de kladden en zet deze als delen van een symfonieorkest in om te komen tot een overweldigende verdichting van geluid die steeds ook open en wijds is en ruimte biedt in massaliteit, beklemt in minimalisme. Zijn werk lijkt te ontstaan, groeien, ter plekke. Zijn werk is een sonische exploratie van ruimte en schepping in en met ruimte in één van de meest optima forma’s van Sonic Acts XIII. Helaas echter komt de paring aan de bellenblaasbeelden niet uit de conceptuele startblokken, maar gelukkig kun je je ogen sluiten en het geluid over je laten heenwalsen. De ruimte die López dan opent in een sonisch universum dat zijn weerga nauwelijks kent, doet de knulligheid van het zeepbelschimmenspel op slag vergeten.

Wie voor velen altijd in herinnering blijft, is de vorig jaar overleden Maryanne Amacher; grootheid in het gebied van de sonische ruimte en de beleving ervan, beroemd om haar otoakoestische experimenten en composities. Jarenlang werkte ze aan en 40-kanaals stuk dat zoals bij vele componisten niet afgemaakt bleef op het moment van haar overlijden. Mahler’s Tiende had beter met rust gelaten gebleven. Een Victory Boogie Woogie schilder je ook niet af volgens inkleuren-op-nummertjes.

Amachers collega’s hebben gedacht goed te doen door met archiefopnamen van delen van haar laatste en wellicht meest ambitieuze werk een tribuut in elkaar te zetten. Voor acht kanalen. Zonder visuele ondersteuning. Dat op tournee moet kunnen gaan. In verschillende zalen dus, met dito PA’s. In concertsetting. En, om kort te gaan, zoals menige artiest zich in zijn of haar graf omdraait om de vele tributebands of -albums die om nog even snel een graantje mee te pikken de markt overspoelen spoedig na de dood van de “bewierookte”, zo mag PlayThing niet gezien worden als een beleving van de artistieke kracht en pracht van de werken van Amacher.

Amacher gaf zelden concerten en was zeer kieskeurig voor wat betreft de akoestische ruimte voor een opvoering en speakerplaatsing. Ze vertelde narratieven met haar geluid en positioneerde luidsprekers doorheen de ruimte. Je kon als bezoeker wandelen door en tussen het geluid en zo de verschillende karakters van de klanken leren kennen; er vriendschap mee sluiten of juist niet. Dichtbij het ene prettige geluid bleef een irritante piep zo op afstand, misschien wel bijna onhoorbaar. Amacher stuurde zelf bij vanachter haar mengpaneel en voerde zo de ruimtelijkheid van haar compositie in een bijkans levende vorm naar een organisch geheel waarin zij als een regisseur haar narratief bewaakte en opvoerde, vertelde.

Het mag dan zo zijn dat de otoakoestische sensatie de meest beangstigende geluiden opwekt (je binnenoor maakt zélf geluid dat je hoort doordat bepaalde tonen delen van het binnenoor doen trillen) en mensen doet besluiten tot vertrek, vele mensen overigens; de presentatie wordt echter zeker in het tweede gedeelte uitgestuurd op veel te hoog volume. Bovendien is separatie van de klanken, ondanks de meerkanaalsuitvoering in de koepelvorm nauwelijks mogelijk. De verschillende sporen vormen al snel een dikke geleiachtige brij waarin zeker in concertsetting zonder de beweging door de ruimte in de vorm van rondlopen tussen de geluiden de spatialisering die Amacher zelf zo precies neerzette, bewaakte en zelfs live ook nog bestuurde, niet bestaat.

Het hier gepresenteerde PlayThing is dan ook slechts een zwak aftreksel van wat Amachers ware kunstenaarschap omvatte. Dat mag de makers zeer aangewreven worden. Je blijft als schilder een een Mondriaan die niet af is af. Je componeert geen Mahler tot een slot. Maar als je een dierbare collega verliest en heel bekend bent met haar werk en nauwgezette methoden, dan kom je toch niet af met een productie die juist de meest relevante artistieke elementen van de essentie van haar sonische visie teniet doet? En die voer je dan toch zeker niet uit over een installatie die niet geschikt is voor de geluiden die je erdoorheen probeert te “proppen”? En je zorgt dan toch op z’n minst voor een wandelbare ruimte?

PlayThing is een mislukking van wereldformaat waarvan de impact in de nogal voelbare verbijstering na afloop tergend in de lucht hangt in het Planetarium.  Een piepklein inkijkje in het werk van Amacher misschien, maar niet meer dan dat. Een volledige reconstructie van één van haar zelf neergezette installaties had Amacher naar alle waarschijnlijkheid eer aangedaan.

De enige eer die Naut Humon en co die zich met PlayThing aan Amachers archiefopnamen vergrepen hebben haar bewijzen is de jammerlijke constatering dat wat ooit was toen zij nog onder de levenden was, nooit meer zo zal terugkeren. Dat haar meesterwerken tot een tijd en ruimte behoren die we door haar overlijden helaas nooit meer kunnen horen. Ook niet in de vorm van deze patchworkdeken die ongetwijfeld met goede bedoelingen gemaakt is, maar los van haar eigen meesterhand beter in “quietness” had gebleven; onafgespeelde archiefopnamen. Van een wereld in tijd, ruimte en geluid die voorgoed onhoorbaar is. Die onhoorbaarheid was een waardig tribuut aan Maryanne Amacher geweest.

INSPIRERENDE EXPLORATIES
In navolging van vele sprekers tijdens de conferentie echter, moet gezegd worden dat de organisatie met Sonic Acts XIII een gedurfde programmering over een diep en breed spectrum heeft gepresenteerd, daarmee in vier dagen het thema van deze editie glansrijk handen en voeten gevend. Het op de slotavond ruimte bieden aan de allereerste uitvoering ooit van PlayThing getuigt van lef en visie. Ook al loop je het risico dat de voor het onderwerp van deze conferentie en dit festival zo relevante Maryanne Amacher helaas weinig eer wordt betoond, qed.

Door grenzen op te zoeken en te verleggen of overschrijden heeft Sonic Acts XIII zich bewezen als een bijzonder inspirerende verzameling exploraties langs de lijnen van de poetics of space. Het is die resonerende energie die na afloop in een ontastbaarheid rondwaart, die blijft en in enige vorm, tijd of ruimte zal weerklinken.

  • Twitter
  • Facebook
  • del.icio.us
  • Google
  • Reddit
  • StumbleUpon
  • Technorati
  • Digg