Sonic Acts XIII – Dag 3 – Soundwalks & Field Recording | Invisible Architectures | Hot Space | Acoustic Spaces
Sven Schlijper | Kindamuzik
De tweede volledige dag aan lezingen in de conferentiezaal van De Balie presenteert een waaier aan onderwerpen langs soundwalks, field recordings, de muzikale ruimte en onzichtbare architecturen. ’s Avonds is Paradiso het Mekka voor liefhebbers die eerder de oren dan de ogen de broodnodige kost willen gunnen. Veelal mogen de ogen gesloten blijven en rollen klanken in breed stereo of surround formaat doorheen heel de voormalige kerk; de akoestiek van ruimte staat dan ook centraal en die hoor je, die zie je immers niet.
MILIEU
Dat Pauline Oliveros het met haar pleidooi voor “deep listening” niet helemaal bij het rechte eind heeft komt deze conferentiemiddag meermalen naar voren. Dat betekent voor Hildegard Westerkamp niet dat je dus niet mag proberen een beter en dieper luisterbesef van je omgeving te vinden. Een methode die zij daartoe toepast in vivo is de zogenaamde soundwalk. In stilte loopt een groep mensen onder aanvoering van een gids/leider door bijvoorbeeld een stad. Zonder gesprekken te voeren, richt de luisteraandacht zich op klanken in het milieu die normaliter wellicht niet waargenomen worden. Of terzijde gelegd, willekeurig of onwillekeurig zelfs. Geluid, locatie en ruimte en de dwarsverbanden ertussen komen zo aan een niet slechts hoorbare, maar ook luisterbare oppervlakte te liggen. De ruimtelijkheid van de waarneming van geluid benadrukt Westerkamp ook door met aandacht naar de akoestiek van de zaal te luisteren en nog veel meer doordat haar lezing met twee helpers aan weerzijden van de zaal in het publiek ook letterlijk ruimte krijgt wanneer die twee delen van de lezing weg van het katheder brengen.
Edward Shanken en Yolande Harris werken ook nadrukkelijk met het milieu als bron van hun werk. Walvisgezang bijvoorbeeld, maar ook het rumoer van plezierjachten, opgenomen met hydrofoons in ondiep water. Met dat laatste legt Harris een wereld bloot die wij mensen orenschijnlijk niet kennen, maar die de akoestische milieuvervuiling onder de waterspiegel hoorbaar maakt. En bevraagt. En misschien ook wel be- of veroordeelt.
Opvallend genoeg heeft het field recordings gebied van de geluidskunst, waarin overigens ook verrassend genoeg, zonder enig seksisme bedoeld, meer dames actief zijn dan in menig andere niche, een sterke politiek getinte missie. Of het nu ligt in het documenteren van verloren gaande geluiden ten gevolge van het verdwijnen van natuur, zoals bijvoorbeeld smeltend poolijs of oerwoudkap, in de symfonie van walvissen die met uitsterven bedreigt worden of, bij Annea Lockwood, in de juxtapositionering van hedendaags New York en Libanese herinneringen met nadrukkelijk een anti-terrorisme waarschuwing die in het Grand Central Station over de omroepinstallatie weerklonk.
Net als een dag eerder bij Robert Whitman is Annea Lockwood een en al pretogen en creatieve energie van meerdere decennia. Namedropping? Ach, het kan en ja ze werkte samen met en in dezelfde tijd als vele (andere) “Grote Namen”. Maar met Whitman concludeert ook zij dat het ging en gaat om het maken, het doen. Geen geld, geen droog brood, maar wel componeren, wel zoeken naar nieuwe geluiden en experimenteren met prille elektronica. Weer die intens diepgevoelde noodzakelijkheid tot creatie.
Een drive die Lockwood nog steeds in elke vezel mee- en uitdraagt. Het zichtbare genot waarmee ze verhaalt over haar field recordings aan de Donaudelta is nergens aandoenlijk, maar volledig ontroerend in de uit haar stem en non-verbale communicatie sprekende enthousiasme in het ophalen van de herinneringen aan haar opnamen. En, om terug te komen op de politieke missie: Lockwood laat er geen misverstand over bestaan hoe haar recente werk in het teken staat van een reactie op het juk van de “Jaren Bush” waaraan ze met welgemeende passie uitgedrukt duidelijk ettelijke broertjes dood heeft.
CUTTING EDGE ARCHITECTURE
Onzichtbare architectuur; geluid als architectuur? Kan dat? Materialiseren van geluid bijvoorbeeld? Marcos Novak doet in een diepgravend onderzoeksproject een zeer goed gooi in die richting door in 3D modellen in de ruimte stilgezet geluid te ‘animeren’, te bestuderen en vervolgens aan een aantal parameters aan inputs te onderwerpen waarin het niet om reactiviteit gaat, maar om wederzijdsheid of transactiviteit. Met behulp van complexe computermodellen komt hij met zijn researchteam zo tot modellen die zelfs een eigen leven kunnen leiden, een soort oersoep die zich in transactiviteit ontwikkelt. Makkelijke kost is het niet, inspirerend en vol potentieel en belofte des te meer.
Dat geldt ook voor Dirk Hebel en Jörg Stollmann; twee jonge architecten die met gewaagde concepten vooral “misbruik” van bestaande noties van ruimte en instrumentarium van de architect/designer bevragen. Misschien wel hun meest tot de verbeelding sprekende project is een wolk als gebouw, letterlijk. Ingediend als voorstel voor de Zwisterse nationale tentoonstelling, zonder enig idee van realiseerbaarheid te hebben, werd, na uitverkiezing, daadwerkelijk uitvoer een hoofdbrekens kostend avontuur. Maar: de wolk werd gerealiseerd en een immens populair succes. Vele miljoenen bezochten het gebouw dat letterlijk alleen uit waterdruppels bestond. Ruimte en het waarnemen daarvan, architectuur en de idee van een gebouw wordt zo bevraagt én in praxis tastbaar gemaakt.
HOREN EN LUISTEREN
Hoe presenteer je muziek in een ruimte? Surround, stereo en meer. HD of minder? Componeren voor een ruimte specifiek. Langs deze thema’s presenteert STEIM een panel met daarin een hoofdrol voor de zeer belezen en eloquente academische “homo universalis” of sorts, Steve Connor. Immers: als je boeken geschreven hebt over uiteenlopende onderwerpen van Joyce en Dickens tot buikspreken en tinnitus en bovendien uit je losse pols citaten uit de literaire en filosofische wereldgeschiedenis in het rond strooit én ook nog een welhaast encyclopedische kennis bezit die je vaardig en in vloeiende argumentatie inzet, dan ben je wel van heel veel markten thuis. Of: op z’n minst wek je knap de indruk dat te zijn.
Connor bevraagt in zijn lezing ruimte en geluid en hun afhankelijkheid. Geen geluid zonder ruimte. Geen ruimte zonder geluid. Ze hebben elkaar nodig, maar scheppen elkaar niet. Horen als extern gegeven. Immers: geluid wordt van buiten waargenomen. Toch? Maar hoe zit dat dan als het oor zelf geluid maakt of denkt te maken? Zoals bij tinnitus. Of, anders, zoals in de Labyrinthitis installatie van Kirkegaard in het NIMk? Hoor je dan? Of denkt je brein te horen? En wat is luisteren eigenlijk? En hoe discrimineer je onwillekeurig tussen alle geluiden die je omringen? Als je alles zou horen, werd je knettergek.
Hier komt ook Christopher Salter boven in de herinnering aan een dag eerder. Hij benoemde namelijk al JND; Just Notable Difference. Als het verschil tussen zintuiglijke inputs te klein is, zul je die shift niet waarnemen. En als het niet opvalt, dan hoor je wel, maar luister je niet. Daarvoor is focus nodig immers. Met die gegevens werken ook componisten Yutaka Makino en Hans W. Koch. De laatste vooral in spiegeling van geluid én in het luisterbaar tonen van de wereld achter de “spiegel”. Iets dat optisch niet kan, maar sonisch wel. Zoals te merken is in STEIM.
LUISTER / WATER
In een zeer geslaagde conferentie en festival als dit is het eigenlijk nauwelijks nodig zou je zeggen om nog verdere luister bij te zetten aan een toch al glansrijk programma. Dat minder meer is én wel degelijk luister brengt, bewijst het avondprogramma in Paradiso. Een lange rij artiesten presenteert sound art in veelal haar meest pure vorm: geluid alleen over de fabelachtige installatie en onder de gekromde plafonds van de voormalige kerk aan de Weteringschans.
Lockwoods Thrist heeft Servisch gezang als rode draad die Grand Central Station, NYC en herinneringen van de Libanese kunstenares Simone Fattal verbindt. Toen, nu, vredige memorie en hedendaagse angst zo samen in nevenschikking die spontaan barst van de onderhuidse spanning. Ook letterlijk uit het leven gegrepen is Hildegard Westerkamps exploratieve tocht tussen droom en realiteit in klanken van alledag die in wisselwerking en contrast een bevreemdend duel aangaan.
Waar deze beide werken thuis te brengen geluiden gebruiken, brengt Barry Truax in een overrompelende expositie van de klanken uit een put en grotachtige gewelven klanken naar de luisteraar die deze normaliter nooit hoort of kan horen. Yolande Harris begeeft zich op eender terrein met haar Fishing for Sound. Dataverkeer omgezet in klank, onderwateropnamen en PTSS/EMDR-clicks komen samen in een ‘ballet’ waarin voor de verandering (het overgrote deel van de avond baadt Paradiso in lichtloos zwart) visuals ingezet worden. Die hebben een zeggingskracht die aan Les Nymphéas van Monet doet denken. Het is de schittering op het water tegenover de ten diepste larmoyante toestand van akoestische milieuvervuiling die tot een indrukwekkend statement wordt gebald zonder propagandistisch te zijn of worden.
Beeld is ook aan de orde tijdens Sabulation van Jacob Kirkegaard. De zingende duinen van Oman razen, donderden, doen Paradiso op zijn grondvesten schudden en scheppen een monumentaliteit die als een mokerslag klap op dreun verkoopt. Monumentaliteit zelfs die bijvoorbeeld de zwarte schilderijen en tekeningen van Richard Serra in herinnering oproept. Of ’s mans enorme staalsculpturen. Maar dan voortkomend uit lawineachtig (ver)schuivend zand; vloeiend als water dit silicium, de grondstof van de chips in de apparatuur waarmee Kirkegaard de grondstofgeluiden bewerkt, verdraaid, regisseert en versterkt.
In contrast met Lockwood en Westerkamp staat ook de overdonderende compositie van Gilles Aubry die vliegveldklanken door zijn creatieve en visionaire mangel gehaald heeft om zodoende uit te komen bij een vrijwel abstracte geluidschildering waarin slechts bij sporadische vlagen een loeiende turbine of een flapperende rotor te ontwaren is.
Dan is het slotstuk van de avond qua “jaw-dropping” impact van de hand van BJ Nilsen heel wat makkelijker te herleiden tot de bron. De oerkracht van donder en bliksem rolt meedogenloos door Paradiso, compleet met een verbijsterend verrassende dreun die je stijf doet staan van schrik. Hierna past slechts stilte en de realisatie van het opgelopen hebben van een “natural contact-high” aan euforische stemming na een aaneenschakeling van werkelijk topklasse pure sound art; Paradiso als waar “Luisterrijk”.
Ten slotte zij nog opgemerkt dat de invloed van Drip en de watervoorliefde van Fluxus nog steeds veel opgeld doet in de hedendaagse sound art. Slagregens, onweer, druppels, golven, boven of onderwater en wat dies nattig meer zij voeren de boventoon vanavond. Natuurlijk is er meer, niet alleen bij bijvoorbeeld de niet op Sonic Acts XIII aanwezige Chris Watson, maar vooral in de wel gepresenteerde artiesten. Slechts een feitelijke vaststelling van orde. Of zou het zo zijn dat de fluïde natuur van geluid, compleet met haar eigen (interferentie)golven als van nature per se en dus nagenoeg an sich “gegeven” annex of analoog is aan de evenzo inherent-eigen karakteristieken van water?









